Hier komt binnenkort het Cometarapport
UFO’s en Landsverdediging.
Waarop moeten wij voorbereid zijn?
Vertaling: Paul Remeysen voor ufowijzer november 2004
Met dank aan ELRIC65 die ons dit machtige dossier doorstuurde.
Het Cometa-rapport is het resultaat van een belangrijk Frans wetenschappelijk onderzoek naar het
UFO-fenomeen.
De conclusies werden in 1999 gepubliceerd en daarna, zoals gewoonlijk kun je wel zeggen, doodgezwegen
en genegeerd.
Eigenlijk is dat een schandaal, want wetenschappers roepen wel om bewijs inzake het UFO- fenomeen, maar zodra dat wordt aangedragen geeft men niet thuis.
Ook de media hebben verzaakt er aandacht aan te besteden en zijn afgegaan op de bewering van professionele debunkers dat het rapport niets aantoont.
Dat dat een grove leugen is, wordt wel duidelijk als je de moeite neemt het te lezen. Maar ach, dat kost tijd en de media hebben daarvan –in hun haast om zoveel mogelijk slaapverwekkende programma’s en artikelen te brengen– niet zo heel veel in huis.
COMETA is een genootschap onderworpen aan de wet van 1 juli 1901, en voorgezeten door generaal Denis Letty.
Vrijwel het voltallig ledenkorps draagt, of heeft dat gedaan, grote verantwoordelijkheden in de landsverdediging, de industrie, het onderzoek of het onderwijs.
In samenwerking met de Vereniging der Auditeurs van het Institut des Hautes Etudes de Défense Nationale (IHEDN, of het Instituut der Hogere Studies voor Landsverdediging) heeft COMETA, na 3 jaar arbeid, zijn rapport gepubliceerd, en er kopieën van ter hand gesteld
aan de President van de Republiek, evenals aan de Eerste Minister.
Dit rapport besluit tot “de quasi-zekere fysische realiteit van totaal onbekende vliegende voorwerpen..”. Het presenteert ook de hypothese van “buitenaardse bezoekers”.
Het eindigt met 6 aanbevelingen, die aansturen op versterking en uitbreiding van de studie der UFO’s.
Een aantal leden van COMETA:
M. Michel Algrin, doctor van staat in Politieke Wetenschappen, en advocaat aan het Hof,
M. Pierre Bescon, generaal igenieur der bewapening,
M. Denis Blancher, hoofdcommissaris van de nationale politie bij de minister van binnenlandse zaken,
M. Jean Dunglas, dokter-ingenieur, ere-algemeen ingenieur van landschappen, waters en bossen,
M. Bruno Le Moine, generaal van de landmacht,
Mme. Françoise Lépine, van de onderzoeksstichting voor landsverdediging,
M. Christian Marchal, hoofdingenieur der Mijnen, directeur der onderzoeken door ONERA,
M. Marc Merlo, admiraal,
M. Alain Orszag, staatsdokter in de Fysica, hoofdingenieur der bewapening.
Aan deze studie werkten ook mee:
M. Jean-Jacques Velasco, verantwoordelijke van de SEPRA,
M. François Louange, algemeen directeur van de maatschappij Fleximage,
Mhn. Jean-Charles Duboc,
Jean-Pierre Fartek,
René Giraud, militaire en burgerpiloten,
M. Edmond Campagnac, gewezen technisch directeur van Air France in Tananarive,
M. Michel Perrier, eskadronschef van de nationale Gendarmerie,
M. Soun, lid van de algemene directie der Burgerluchtvaart,
M. Joseph Domange, generaal van de Luchtmacht,
algemeen afgevaardigde der uitgevers van het IHEDN.
Een samenvatting, door het IHEDN zelf, van het rapport COMETA:
COMETA is een genootschap dat ex-auditeurs van het IHEDN hergroepeert, en dat wordt voorgezeten door Denis Letty, generaal van de luchtmacht.
Het rapport COMETA herneemt een reeks verzamelde getuigenissen over het optreden van vreemde fenomenen, zowel in Frankrijk als wereldwijd.
Daaruit leiden de auteurs van het rapport af dat “de buitenaardse hypothese wetenschappelijk veruit de
beste is.
Zij is zeker niet categoriek bewezen, maar er bestaan in haar voordeel sterke vermoedens; en als zij exact blijkt te zijn, dan heeft zij zwaarwichtige consequenties.”
Zelfs al stellen de auteurs: “Tot op heden bestaat er (zeker officieel) geen enkel ongeval, en a fortiori geen enkele vijandige actie, die zonder twijfel aan een UFO
kan worden toegeschreven.”, toch menen zij dat het koppig voortduren van het fenomeen aanleiding zou moeten zijn tot “overwegingen aangaande de strategische, politieke en religieuze consequenties, die een eventuele bevestiging van die hypothese
met zich mee zou brengen.”
In zijn bijdrage aan het dossier benadrukt generaal Bernard Norlain, ex-directeur van het IHEDN:
“Er stellen zich concrete problemen, die een antwoord verlangen in de vorm van daden.”
Inhoud
|